Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Waarheen?

Ik was acht en op weg naar school.
Ineens gebeurde het. Van het ene op het andere moment wist ik niet meer waar ik naar toe moest. Niet dat ik de weg kwijt was of zo. Ik was ook niet verdwaald. Alleen mijn doel was me ontschoten. Dat was een hele schrik
En wat doe je dan als achtjarige in zo’n geval? Je gaat huilen.
Een wat oudere dame zag me staan en vroeg vriendelijk wat er aan de hand was.
‘Ik weet niet meer waar ik naar toe moet’, snotterde ik.
‘Moet je dan niet naar school, vroeg ze’. Want het was kwart over acht en drie straten verder was een school.
‘Ja!’, zei ik opgelucht. ‘Ik moet naar school’, en zette de vaart erin.

Ik ging er, ook vóór mijn achtste, wel vaker onder gebukt. Dat ik ineens niet meer wist waar ik naar toe moest. Of wat ik van plan was met die spullen die ik in mijn hand had.
Maar sinds dat voorval op weg naar school heb ik er nooit meer last van gehad. Behalve in mijn slaap wist ik altijd op ieder moment van de dag waar ik was, wat ik zojuist had gedaan en wat ik ging doen. Niet, dat die samenhang altijd tot constructieve of achtenwaardige dingen leidde. Maar ik wist het tenminste.

Onlangs was het echter toch weer zover. Het draadje in mijn hoofd, dat mijn bestemming in het leven vasthoudt, had kennelijk weer eens losgelaten.
Ik zat in de auto op weg naar de prikpoli voor een jaarlijkse bloedprik wegens mijn diabetes. Het was acht uur ’s ochtends. Ik doe driekwart rotonde om in het dorpje te geraken waar zulks zou geschieden. En ineens weet ik absoluut niet meer wat ik daar, op dat moment, in dat dorpje te zoeken heb.
Ik rij de rotonde vier keer rond in de hoop, dat het me weer te binnen schiet. Maar nee hoor.

Terug naar huis dan? Ja. Mevrouw Pasgeld ziet me aankomen. ‘Zo! Ook vroeg weer terug? Ging het niet door?’ Ja. Jemig. Maar wàt ging er dan niet door?

Dan het dorpje maar in. Wellicht is er een vriendelijke, oude dame die me weer op weg kan helpen.

Huilen dan? Dat kan altijd nog. Misschien schiet het me vanzelf ineens weer te binnen.

En ja hoor. Na vijf minuten is het weer, alsof ik nooit anders heb geweten: ik ben op weg naar de prikpoli en op de terugweg ga ik wat boodschappen doen.
Niks aan de hand.

Toch ben ik er niet gerust op. Er zijn twee mogelijkheden. Óf het is een eerste signaal van beginnende dementie. Óf het is een teken van hogerhand dat me erop wijst dat er misschien wel nooit een doel in het leven is geweest.
Ik weet niet wat erger is.
 
Geplaatst op: Vrijdag 20 januari 2017 om 08:11 uur
1279103
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld