|
Wandelen in Den Haag
(Uit Haags Nieuwsblad 24.11.2006)
Een Nederlander loopt gemiddeld vier kilometer per week. Dat is 570 meter per dag! En dat is dan inclusief de dagelijkse wandeling van voordeur naar auto en van zitbank naar bed. Mevrouw Pasgeld en ik vinden het best. Hoe meer mensen te beroerd zijn om de benen eens te strekken hoe minder we ze tegen komen op onze zondagse wandelingen door Den Haag. Niet dat dat altijd zo’n pretje is. Laatst liepen we van Clingendaal naar het strand bij Duindorp. Mw. Pasgeld: “Wat loop je toch te tikken met je paraplu!” ‘Ja. Hoezo? Heb je er last van soms?” “Ja. Ik word er helemaal nerveus van.” Ik: “Nou. Dan is het maar te hopen dat het niet gaat regenen. Want dan hoor je pas getik”. Even later. Mw. Pasgeld: “Kijk. Daar loopt iemand die z’n opgevouwen paraplu gewoon in het midden vasthoudt. Het kan dus heel goed zonder dat rare gedraai en getik”. Nu is het inderdaad zo, dat ik, als het niet regent, een beetje uitbundig met mijn opgevouwen paraplu loop. Alsof het een wandelstok is. Dan heb ik een bepaalde draai en een zeker ritme gevonden dat voor een buitenstaander wellicht wat eigenaardig over komt. Maar ach. Zo heeft iedereen wel iets. Ter hoogte van het Hubertusviaduct zegt mevrouw Pasgeld: “Jezusmina! Als je nou niet ophoudt met dat debiele getik en gezwaai wil ik er niet meer bijhoren. Dan ga ik achter je lopen hoor.” Nou moet u weten dat mevrouw Pasgeld mij het liefst is van de hele wereld. Maar buigen voor haar emoties is toch van een geheel andere orde. Dus ik verzin een list. “Weet je waar ìk me al de hele tijd over loop te ergeren? Nou? Eigenlijk de hele wandeling al?”, zeg ik. “Over dat rare sswiss-sswiss geluid dat jij maakt als je bij iedere stap met je nylon mouwen langs je nylon jack gaat. Sswiss-sswiss. Het gaat maar door. Swiss-swiss. En heb je mij daar over horen mopperen? Nee. Ík draag mijn kruis in stilte. Maar als je toch van plan bent een heel eind achter me te gaan lopen moet je dat vooral doen. Dan ben ik meteen verlost van dat gekmakende geswiss”. En ik denk: dat doet ze toch niet. Maar dat doet mevrouw Pasgeld wel. Dapper met mijn paraplu zwaaiend en tikkend loop ik dus in mijn eentje via de Adriaan Goekooplaan en de Willem de Zwijgerlaan naar Duindorp. Mevrouw Pasgeld loopt daar ruim honderd meter achter. Als we elkaar weer treffen bij het Zuiderhavenhoofd beken ik haar dat het niet echt leuk was. Ik had haar zelfs een beetje gemist. “Weet je wat”, zeg ik. Op de terugweg zal ik met mijn plu zo veel mogelijk in de zachte berm proberen te tikken als die er is. En als jij dan een beetje wijderarms naast me gaat lopen moet het toch wel weer lukken”. En zo nemen we voor de zoveelste keer in ons leven onze eigenaardigheden op de koop toe en wandelen we gezellig, met elkaar aan onze zijde, via de Suezkade, de Houtzagerssingel, de Pletterijkade en de Trekweg weer naar huis.
Geplaatst op: Zondag 19 november 2006 om 10:08 uur
|
383377
bezoekers |