Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Wandelen in stilte

Zoals alle onspectaculaire genoegens thans één voor één uitsterven is ook het wandelen gedoemd te verdwijnen. Het is saai. Het is vermoeiend. Het duurt te lang. Je wordt te veel aan je eigen lot overgelaten. En als je in een dun bevolkt gebied verzeild raakt, is het nog eng ook. Want stel je voor dat er iemand van achteren ineens op je nek springt om je te ontdoen van je portefeuille!

Geert Mak, onze eigen Nederlandse historicus met gevoel voor klare, begrijpelijke taal, schreef ooit: ‘Een ouderwetse wandelaar hoorde nog de voetstappen van de passanten op de brug van Goedereede, het suizen van de wind in een zeil bij Hoek van Holland, het piepen van lijn 3 op de Haagse Bezuidenhoutseweg. Ooit bestond de permanente ruis nog niet, die nu grote delen van ons land overdekt. Geluiden konden nog klinken. Ze kwamen dikwijls vanuit een fundamentele stilte en ze verzonken daar ook weer in. De hamer van een smid, de roep van een voddenman, de wielen van een kar, een kind, het geknal van een eenzame auto in Overveen.’

Mooi gezegd, natuurlijk. Dat wel. Maar als het om de teloorgang van de stilte gaat, zal de onvervalste, ouderwetse wandelaar het niet eens zijn met Geert Mak. De echte wandelaar weet, dat er ook in het Nederland van nu nog steeds gewandeld kan worden in gebieden ‘waar geluiden opklinken vanuit fundamentele stilte en er daar ook weer in verzinken’. Alleen, en dat is natuurlijk wèl weer waar, moet je er tegenwoordig wel wat langer voor doorlopen.
En ach, als je daar geen zin in hebt laat je toch gewoon je wandelschoenen in de kast en rij je lekker naar de Ikea of je drinkt je een stuk in de kraag tijdens Koninginnenach. Graag zelfs. Je bewijst er de echte wandelaar een dienst mee.

Maar ben je toch op zoek naar de stilte? Dan zijn enkele welgemeende richtlijnen onontbeerlijk. Ik geef ze u hierbij graag cadeau. Gratis en voor niks.

1. Vermijd wandelpaden. Vooral paden met namen als ‘Zwingelroute’, ‘Zuiderzeeweg’ of ‘Drs. Jan van Lulletjespad’ dienen onmiddellijk daar waar de gelegenheid zich voordoet te worden verlaten. Ook paden die aangegeven zijn met kleurtjes, cijfers, symbooltjes, schuin afgezaagde boomstammetjes, routenummertjes, knooppuntaanduidingen of met zwarte paaltjes van gerecyclede autobanden kunnen maar beter worden vermeden.
2. Wandel gerust door steden als u uit bent op stilte en verzot bent op de ‘geluiden die daaruit optinkelen en weer in verzinken’. Maar dan wel uitsluitend op zondagochtend van half zeven tot half elf.
3. Sla ook eens links- of rechtsaf als er géén weg is.
4. Versperringen, hekken en prikkeldraad zijn vrijwel altijd bedoeld voor dieren, onverlaten en gemotoriseerd verkeer. Maar nooit voor de deugdzame, wandelende flierefluiter.
5. Zodra u op uw pad op enigerlei wijze informatie aantreft die duidelijk voor u is bedoeld dan weet u, dat u op de verkeerde weg bent. Fraai overhuifde, houten panelen met tekst en/of afbeeldingen, borden met pijltjes en verwijzingen naar de zich in de omgeving ophoudende vogelsoorten, of fraai vormgegeven borden waarop inlichtingen staan hoe er ter plekke in de ijzertijd werd gewoond en gewerkt zijn daar geplaatst door bemoeizuchtige personen, die u graag willen laten weten hoe geweldig zij zelf zijn.
6. Hoedt u onderweg voor voorzieningen zoals metalen vlonders die via een touw naar de overkant van een sloot kunnen worden getrokken of op standaards bevestigde verrekijkers. Vrijwel zeker bent u onverhoeds op een officiele wandelroute verzeild geraakt die door het ministerie van Landbouw en Natuur is gesubsidieerd. Ook zitbankjes, picknicktafels en prullemanden zijn tijdens de wandeling verontrustende tekenen van overheidsbemoeienis.
7. Tenslotte: stelt u zichzelf vooraf geen enkel doel. Wandelen is wandelen. En dus niet: ergens komen. Of: iets willen. Misschien komt u onderweg een bordje tegen dat zich toevallig met uw wandeling bemoeit. Dat leidt af. Maar als u daarna met flinke pas en blij van zin gewoon uw eigen zin blijft doen is dat nou ook weer niet zo’n ramp.

De stilte, en de geluiden die uit die stilte opklinken, zijn nog te vinden. De hamer van de smid misschien niet meer. Maar wel het geluid van een kettingzaag als je na een half uur wandelen over een in onbruik geraakte spoordijk een eenzame boerenhoeve passeert. Of gewoon het zacht-zinderende geraas van een trein in de verte. En anders wel het monotone geplok van een aak op de Lek ter hoogte van Ameide.
Als je er op uit bent om zèlf je weg te vinden kan dat in Nederland gelukkig nog steeds.
Geplaatst op: Vrijdag 30 april 2010 om 08:26 uur
1821718
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld