Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Wat schuift het?

‘Wat schuift het?’, vraagt men wel eens als men wil weten wat een bepaalde inspanning oplevert.
Dat wilde RTL ook wel eens weten van de politiekorpschefs.
‘Wat schuift het’, vroegen ze dus aan de korpsbeheerders. In Den Haag is burgemeester Jozias van Aartsen korpsbeheerder. Die schreef een brief terug aan RTL. Daarin stond wat Haaglanden-politiekorpschef Henk van Essen zoal toegeschoven kreeg. Ik ga u niet vervelen met al die nota’s en bankafschriften die Henk inleverde. Want van criminaliteitsbestrijding heb ik geen verstand. Maar neemt u gerust van me aan dat boeven vangen gepaard gaat met veel, heel veel drank, veel, heel veel eten, veel geschenken en veel overnachtingen in buitenlandse hotels.

Wat ik echter wèl interessant vond in die brief van de burgemeester was de snaakse wijze waarop van Aartsen de uitdrukking ‘wat schuift het’ steeds maar weer op een andere wijze wist te verwoorden.
Voor de liefhebbers van taal onder u noem ik ze even:

Vaste reiskostenvergoeding. Incidentele reiskostenvergoeding. Vaste verblijfskostenvergoeding. Incidentele verblijfskostenvergoeding. Woonlastenvergoeding. Telecommunicatievergoeding. Vergoeding van abonnementen op kranten en tijdschriften. Wervingstoelages. Behoudtoelages. Functioneringstoelages. Piketvergoedingen. Bonussen. Gratificaties. Eindejaarsuitkeringen. Vakantieuitkeringen. Emolumenten. Tegemoetkomingen ter compensatie van belastingheffing over loon- en inkomstenbelasting. Inhaaltoelage bezwarende functies. Tijdelijke uitkering. Persoonlijke toelage ambtelijk inkomen. Koop- en behoudtoelage.

Prachtig! Wat een rijkdom aan uitdrukkingsmogelijkheden. En eigenlijk betekent het allemaal hetzelfde: extra geld incasseren bovenop een op zichzelf nogal toereikende wedde.

Vroeger hadden we dat nog niet. Toen ik onderwijzer was ontving ik mijn maandloon gewoon kontant in een bruine enveloppe. Daar stonden dan de woorden “Loon’, ‘Loonbelasting’ en ‘Sociale premie’ op. Dat was alles. En achter ieder woord stond een bedrag. Wat ik verder wilde uitgeven in het kader van mijn beroepsuitoefening moest ik zelf weten. Maar het ging allemaal af van het bedrag dat achter het woord ‘loon’ stond. En het kwam er nooit meer bij. Zo simpel was dat.
Ik herinner me, dat ik van mijn eigen salaris eens een konijn en een hok aanschafte om in de klas te zetten. Dat vond ik leerzaam voor de kinderen. Bijzondere plantjes voor de ramen van het klaslokaal idem dito. Traktaties aan de leerlingen op mijn verjaardag gingen ook van mijn loon af. Je was toch van de pot gerukt als je dat de gemeenschap liet betalen? De pennen waarmee ik nakeek waren ook gewoon mijn eigen pennen die ik zelf betaald had. De fiets waarmee ik naar school reed was mijn eigen zelfbetaalde fiets. En ik was heus niet de enige. Alle leerkrachten met liefde voor hun vak deden het zo. We hadden weinig geld. Maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de beroepstrots en de liefde voor het vak.

Dat is tegenwoordig wel anders. De status van de beroepen, die indertijd hoog in aanzien stonden, is gekelderd. Niet alleen in het onderwijs. Ook in de politiek, in de zorg en in de veiligheid. Ministers, ziekenhuisdirecteuren, chefs van politiekorpsen. Ze hebben niks meer om trots op te zijn. Iedereen rolt nu gierend van de lach onder tafel als je alleen al de naam noemt van een van hen. Hikkend verslikt men zich in z’n bier bij het aanhoren van al die schromelijke incompetentie.

Dus eerlijk is eerlijk: al die baasjes en bobo’s mogen dan best eens gecompenseerd worden met een ‘inhaaltoelage voor bezwarende functies’.
Geplaatst op: Vrijdag 11 december 2009 om 09:59 uur
243796
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld