Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Weer voor de klas?

Vroeger was heus niet alles beter. Maar wel bijna alles. We staan er nooit bij stil. Want daar hebben we het te druk voor. Maar als je dat wel doet schrik je je een ongeluk van alle dingen die vroeger beter waren dan nu.
De kwaliteit van het leven bijvoorbeeld. Dat verkwanselen we nu maar al te graag voor een paar euro extra. Laat ik eens een voorbeeld geven.

Vroeger was ik leraar. Leraren bepaalden vroeger, net zoals huisartsen, verpleegkundigen, politieagenten, winkelbedienden, journalisten en agrariers zèlf, hoe ze hun werk deden. Daar hadden ze vreugde van. Arbeidsvreugde heette dat toen. Kom daar nu eens om. Arbeidsvreugde? Als je het zegt kijken ze je aan of je achterlijk bent. En daarna gaan ze je, met hele volksstammen tegelijk vertellen hoe je je werk moet doen en dat je het vooral anders moet doen dan je nu doet. En als je het dan na veel vijven en zessen eindelijk anders doet, dan moet je naar een voor-, na-, bij, om- en herscholingscursus waar ze je vertellen dat de tijd niet stilstaat en dat het toch weer anders moet dan dat ze je eerst hadden wijsgemaakt.

En zo terroriseert driekwart van de Nederlandse beroepsbevolking het overige kwart dat het eigenlijke werk moet doen. Met een gewoon woord noemen we dat bemoeizucht. Andere woorden zijn: herstructurering, in beweging blijven, reorganisatie, vitalisering, vernieuwing, innovatie of grenzen verleggen. Maar hoe je het ook noemt, als het van boven af wordt opgelegd weet je zeker dat je genaaid wordt. Want met bemoeizucht is flink wat geld te verdienen. Veel meer dan met het echte, eerlijke werk zelf. Zo staan er tegenwoordig wel tien deskundigen over de schouder van een onderwijzer mee te loeren als hij de leerlingen uitlegt hoe je vijftien gedeeld door drie kan uitrekenen. Met dat koekeloeren verdienen ze de man minstens twee keer zoveel als de onderwijzer zelf. En over een half jaar staan er dertig deskundigen nog meer geld te verdienen door te vertellen dat het ineens weer heel anders moet. Zo gaat het niet alleen in het onderwijs. Maar nu vooral ook in de zorg. En in al die uitstervende beroepen waarvan je voordien nog het idee had, dat er enige arbeidsvreugde aan te beleven was.

Zelf loop ik tegen mijn pensioen. Ouwe knarren moeten weer werken, vinden ze. Oke, zeg ik dan. Zet mij maar weer voor een klas. Dat vind ik leuk en dat kan ik goed. Ik zal mijn leerlingen haarfijn en met liefde de dingen aanleren die ze moeten weten of die in het leerplan staan. Ook zal ik ze veel interessante dingen bijbrengen over hoe het leven in elkaar zit.
‘Oké’, zegt een schooldirecteur als hij dat hoort. ‘Kom maar bij mij op school werken. Ik heb zulke mensen als jij hard nodig’.
‘Ja’, zeg ik dan. ‘Maar dan doe ik het wel op mijn eigen manier. Oké? Dus geen vergaderingen waarin andere mensen zeggen wat ik moet doen. Geen flauwe kul van het ene jaar dit en het andere dat. Geen projecten ter meerdere glorie van bobo’s die toch al veel meer verdienen dan ik. Ik doe gewoon een heel schooljaar lang alleen maar wat ik het beste kan. En dat is leerlingen bijstaan in wat ze zelf het beste kunnen en ze daarin het broodnodige vertrouwen meegeven. Oké?’

Maar nee. Niks oké. Als ik dat heb gezegd is het ineens stil. Heel erg stil. Want stel je voor. Waar moeten we dan naar toe met al die bemoeials die zich nu nog steeds op een ongehoord schrokkerige manier aan de trog van de gewone eerlijke beroepen staan te laven?
Geplaatst op: Zaterdag 8 maart 2008 om 09:38 uur
253945
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld