|
Welkom in het land van de bureaucratie
Als je vroeger een bromfiets kocht of kreeg op je zestiende, dan ging je er op zitten en reed je er mee weg. Zo simpel was dat.
Junior is onlangs zestien jaar geworden. Hij had voor een bromfiets gespaard en was al ruim over de helft. Dus legden mevrouw Pasgeld en ik er de rest bij. Op zijn verjaardag stond de bromfiets, een zwarte Tomos standaard, toen hij wakker werd in zijn kamertje. Junior trots en blij. Met mijn naieve kop dacht ik nog steeds: opstappen en wegrijden. Maar zo zat het dus niet. Allereerst was er de schouwing van de bromfiets. Omdat het in dit geval een nieuwe bromfiets betrof werd hij als geschouwd beschouwd. Anders had de ‘dichtstbijzijnde schouwer’ al naar gelang zijn pet stond 10 tot 25 euro voor de schouwing in rekening gebracht. Dan volgde de kentekenplaat. Die zat er al op toen Junior zijn brommer kocht. Samen met het bij deze kentekenplaat behorende voertuigenbewijs en het overschrijvingsbewijs rekende de leverancie hier 52,50 euro voor. Maar hoe kwamen we nu aan een tenaamstellingsbewijs? Navraag leerde, dat dit bij het postkantoor te bekomen was. Wij naar het postkantoor. Met het paspoort van Junior. Natuurlijk konden ze daar zorgen voor een tenaamstellingsbewijs. Met alle plezier zelfs. Maar dan moesten we naast het paspoort ook nog even een bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister overleggen. Hupsakee. Naar het gemeentehuis. Daar kostte het bewijs van inschrijving in het bevolkinsregister 4,15 euro. En het parkeren 4,50 euro. Weer terug naar het postkantoor. Dicht. De volgende dag bleek, dat het 10 dagen zou duren voordat de Rijksdienst voor het Wegverkeer, of iets met een dergelijke naam, het tenaamstellingsbewijs ons ter hand konden stellen. Maar wel eerst betalen: 22, 50 euro. Parkeergeld deze keer wegens de enorme rij voor het loket van het postkantoor: 6,50 euro. En dan was er de kwestie van het theoretische rijbewijs dat bromfietsers sinds enige tijd dienen te hebben. Junior betaalde 30,10 euro en mocht voor dat goede geld 50 vragen beantwoorden. Dat is zestig eurocent per vraag. Hij had er elf fout. Dat waren er vijf teveel. Na drie weken mocht hij voor wederom 30,10 euro weer komen opdraven. Op het moment dat ik dit schrijf ligt dat examen nog in het verschiet, maar we worden wel steeds nerveuzer. De verzekering. Die kon alvast worden geregeld. Een all-risk verzekering kostte 550 euro per jaar. Dat is meer dan de helft van de nieuwprijs van de brommer. Als de brommer op mijn naam had gestaan had ik hem all-risk kunnen verzekeren voor 120 euro per jaar. Omdat ik 63 ben. Toch weet ik zeker dat ik die brommer op mijn leeftijd veel eerder aan gort zou hebben gereden dan Junior. De Tomos op mijn naam zetten kon wel, aldus mijn verzekeringsadviseur. Maar als Junior dan een ongeluk maakte zouden verzekeringsagenten overal navraag gaan doen wie het meeste op die brommer had gereden. Bij de buren. Op school. En als dan was gebleken dat Junior er altijd op reed, zouden zowel hij als ik gedurende zes jaar bij geen enkele verzekering meer aan de bak komen. Dus toch maar een W.A-verzekering voor 190 euro per jaar op naam van Junior. O ja. Ik vergeet de helm nog. Tachtig euro. Vroeger hoefde je geen helm. Je hoefde ook geen verzekering. Niks. Maar wie even heeft meegeteld komt in het jaar 2006, afgezien van de aanschafkosten van de bromfiets, op een bedrag van 430 euro. En dan moet Junior straks wel slagen voor z’n theorie. Anders komt er iedere keer weer 30 euro bij. Toen ik jong was kocht je een brommer. Je ging erop zitten. En je reed ermee weg. Het is nu anderhalve maand geleden dat Junior jarig was. Zijn bromfiets staat nog steeds te glimmen op zijn kamertje. Welkom in de bureaucratie die Nederland heet.
Geplaatst op: Vrijdag 1 september 2006 om 11:28 uur
|
254475
bezoekers |