Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Willem

Vaak fietst Willem door het dorp. Hij duwt de trappers in het rond alsof zijn leven eraf hangt. Als ik hem tegenkom stapt hij altijd even af en maken we een praatje, ‘Zo, Willem’, zeg ik dan. ‘Alles goed?’. En dan vertelt hij bijvoorbeeld, dat hij een nieuwe jas en nieuwe schoenen heeft gekregen. Of dat hij jarig is geweest. Dat is een mooie aanleiding om hem te vragen hoe oud hij is geworden want hij ziet eruit als 25. ‘Tweeëenveertig’ zegt hij dan trots. Met luide, hoge stem. ‘En wat heb je voor je verjaardag gekregen?’, vraag ik. ‘Lego’, zegt hij. ‘Een héleboel lego. Daar kan ik dan dingen mee bouwen.’

Willem is client van een zorginstelling in de buurt. Daar woont hij ook. Hij heeft ze niet allemaal op een rijtje, zou je kunnen zeggen. Maar dat kan je tegenwoordig ook van veel politici zeggen. Dus wat dat betreft verkeert Willem in goed gezelschap.

Iedere woensdagmiddag komt hij even langs in het dorpshuus. Toevallig precies als er pauze is. Want dan zitten de dames en heren van de bejaardenclub aan de koffie. Even uit te rusten van het koersballen en het biljarten. Met veel misbaar stormt hij dan binnen. ‘José, heb je koffie voor me’, vraag hij keihard door de beschaafd gevoerde discussies heen. Dat heeft José wel. Jose is uitbaatster van het dorpshuus en heeft altijd wel gratis koffie voor Willem. Want Willem is nou eenmaal Willem.

Als Willem eenmaal zit eist hij gelijk alle aandacht op.
‘Je mag niet spotten!’, roept hij op hoge toon.
‘O, nee?’, zegt Louis, een van de biljarters. ‘Hoe kom je dáár nou bij?’.
‘Van de dominee gehoord’, roept Willem.
Louis fluistert me in het oor dat Willem altijd aandachtig en doodstil de kerkdienst bijwoont. En dat hij daarna graag met anderen deelt wat hij gehoord heeft.
‘Maar het geeft niet als je spot, want God vergeeft alles’, vervolgt Willem.
‘Nou, àlles?’, trekken meerdere aanwezigen zijn stelling in twijfel.
‘Jazeker, alles’, weet Willem.
‘Ook misdadigers en moordenaars?’, vraag ik, want ik meng me graag in dit soort discussies.
‘Ook misdadigers en moordenaars’, roept Willem en hij geniet van zijn plekje in het middelpunt.
‘Maar hoe zit dat dan?’, vraag ik. ‘Misdadigers en moordenaars hebben toch gezondigd? Moeten die dan niet worden gestraft?.’
‘Ja, ook’, zegt Willem. ‘Die moeten ook worden gestraft.’
‘Door wie dan?’, vraag ik nieuwsgierig.
‘Nou, ook door God natuurlijk’, zegt Willem.
‘Maar dat kan toch niet, werpt Hannes, de voorzitter van de bejaardensoos in het midden. ‘Hoe kan God nou tegelijk vergeven en straffen?’

Maar volgens Willem kan God dat. Want God kan alles. Volgens sommige aanwezigen kan God ook alles maar volgens anderen toch weer niet.
‘Eerst vergeven en daarna straffen, dat zou vreselijk zijn’, zegt er een.
‘Maar eerst straffen en daarna vergeven zou weer wel kunnen’, werpt een ander daar tegen in. Theologisch gezien komt de discussie nu toch echt op een hoger  plan. Iedereen gaat er echt eens voor zitten.
Dan zegt Willem ineens: ‘Nou jongens, ik stap maar weer eens op. Bedankt voor de koffie.’
En daar zitten we dan.
Geplaatst op: Vrijdag 20 september 2013 om 08:22 uur
1793440
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld