Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Wonen in verticale landschappen

In een wanhopige poging om het verdwijnen van het groen in de Nederlandse grote steden te verhullen en toch nog een flinke cent te blijven verdienen aan verdergaande verdichting, is men er toe overgegaan te spreken van ‘verticale woonomgevingen’.
Een verticale woonomgeving. Dat is weer een nieuwe klont van enorme torenflats.
Een verticale woonomgeving. Dat is, godbetere het, tegenwoordig ook een verticaal park tegen de gevels van die torenflats aan. (Een vertraging in de regenpijpen langs de gebouwen zorgt dan voor de bevloeiing van al dat verticale groeisel.)
Een verticale woonomgeving. Dat is volgens de architecten geen stapel fragmentarische varkenskotten maar een strategie. Een strategie, die de basis vormt voor een dialoog waarin het ambigue landschap dóórloopt ín de torenflats. Waardoor, óók in hoge dichtheid, een actuele relatie met de context van het heterotopie van de capsulaire suburbia wordt aangegaan.
Nou. Als je dat hoort weet je tenminste zeker dat je bij de neus wordt genomen.

Laten we in gedachten even teruggaan naar het Den Haag van enige decennia geleden. Gebruikelijk was, dat het stichten van een nieuwe woonwijk automatisch gepaard ging met het aanleggen van parken. Daar konden de bewoners van de nieuwe wijken zich dan vertreden. Zo werd het Zuiderpark en de parken de Voorden aangelegd ten behoeve van de nieuwe bewoners van Moerwijk en Morgenstond. Vandaag de dag is het juist andersom. Gaan er juist hele stukken park àf ten behoeve van nieuwe wooncomplexen. Kijk maar naar de plannen rond Leyenburg.

En dan nog iets: In de jaren zestig telde Den Haag 650.000 inwoners. Thans 450.000. Toch moet er flink worden bijgebouwd in Den Haag. Waarom? Omdat vroeger 5 inwoners genoegen namen met 70 vierkante meter woonoppervlak en er nu niemand in Den Haag meer te vinden is die in zijn eentje genoegen neemt met minder dan 100. Steeds meer woonruimte voor steeds minder mensen. Nog even, en er staan alarmerende artikelen in de krant over hele gezinnen die omkwamen in hun isolement omdat ze elkaar in hun eigen huis niet meer konden vinden.

Het einde is zoek. Want niemand weet waar de grens is. Bij 150 vierkante meter woonruimte per persoon? Bij 180? Bij 300? En dat dan allemaal in verticale woonlandschappen omdat de horizontale parken allemaal al zijn dichtgebouwd?
Zullen de milieubewegingen, als het zover is, nog steeds verticale, of voor mijn part diagonale woonlandschappen in het resterende groen propageren?

Nu gaat het nog om aantasting van de randen van het Haagse Bos.
Aantasting van de randen van Reigersbergen. Van de randen van het Westduinpark. De randen van de duinen bij Kijkduin. De randen van het Erasmusveld. De randen van het Florence Nightingalepark. De randen van de Vlietzone.
Maar geloven we nou echt, dat het daarbij blijft?

Of zal er ooit een tijd aanbreken, dat zelfs de milieubeweging begrijpt, dat iedere aanslag op het stedelijk groen niets anders is dan een spelletje van wethouders en projectontwikkelaars. Die zèlf al in prachtige huizen en grote, groene tuinen buiten Den Haag wonen. En met het bouwen van al die verticale woonlandschappen in Den Haag nóg meer met beide voeten op de grond blijven staan voor wat betreft het verdienen van het grote geld. Echt. Geloof me. Die lui lachen zich tranen.
Geplaatst op: Vrijdag 27 april 2007 om 21:26 uur
253945
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld