Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Woordenboek voor ambtenaren

(Uit: Haags Nieuwsblad 20 april 2007)

Eindelijk is het er dan: het Helder Haagse Woordenboek voor ambtenaren. Om ze begrijpelijk te leren schrijven. Dat is natuurlijk allemaal leuk en aardig maar het is lang niet zeker of de ambtenaren dat woordenboek ook gaan gebruiken. Daarom hier alvast een oefening voor ze.

Vat onderstaande tekst samen in een paar duidelijke, voor iedereen begrijpelijke zinnen. Daar gaat ie:

‘Na een aanvankelijke, geprognostiseerde derogatie is het initiatiefvoorstel voor een Helder Haags Woordenboek, uiteraard binnen het raam van de prealabele prioriteitstellingen en de nodige restricties op het terrein van mogelijke clustering naar de achterban, achtereenvolgens afgetikt, gefiatteerd en geïnvolveerd.
Zodat onlangs, op grond van het voorafgaande, een aanvang gemaakt kon worden met de implementering binnen het daarvoor uitgetrokken tijdpad.
Uit de vertaalslag vanuit het gebruikelijke wollige taalkader naar de doelgroep toe toe bleken zich voldoende vraag- en verbeterpunten voor te doen om de spin-off-effecten van de pilot te laten prevaleren boven die van de onderhavige terugkoppelingen naar de zelfredzaamheid van de ambtenaren zelf. Dat liet echter onverlet dat de participatie qua beleidsintensivering nog altijd decentraal aangestuurt dient te worden’.

(Nog even doorpakken jongens. Komaan. Het moet toch lukken!).

‘Maar dan wel fasegewijs natuurlijk. Want binnen het raam van de suppletoire, horizontale werkverbanden dient het agenderen van de betreffende innovatie ook nog in de week te worden gelegd bij de hogere echalons.
Het is daarom kwestieus of er nog bijtijds lijntjes kunnen worden gelegd naar de uitkristallisatie van de vigerende respons. Hangende een transparant dictum in deze moet er derhalve van worden uitgegaan dat de Haagse ambtenaren vooralsnog prudent zullen omspringen met het Helder Haags Woordenboek.

Al te stringente desiderata te dezent zouden wellicht deregulerend kunnen werken. Waardoor de beoogde beleidsimpuls alsnog tot ongenoegen zou kunnen leiden. Met ampele accordatie en ad hoc adstructie zowel als autonome accentverlegging en een zekere ambivalente amovatie mag worden verwacht dat de targets, mits bilateraal aangewend, toch zeker in een overzienbaar tijdsbestek gehaald kunnen worden. Daarbij moet echter in aanmerking worden genomen dat directe participatie de facto geen enkele prioriteit geniet. Op de keeper beschouwd dan. Want met het terzijde laten van enige reflectie op de epistels van de ambtenaren zelve kan toch wel expliciet worden gesteld dat het manifest worden van enig reflectief regarderen achterwege zal blijven. Of in ieder geval over het komende reces heen kan worden getild.’

Zo. Dat was het.

Voor de niet-ambtenaren onder u wil ik de oplossing wel verklappen. Eigenlijk staat er:
‘Ambtenaren (maar ook managers en directeurtjes) hebben vaak een heleboel moeilijke woorden nodig om zich belangrijker te voelen dan ze zijn. Als je die moeilijke woorden hoort, weet je eigenlijk al zeker dat het belachelijke kletskoek is. Iedereen weet dat eigenlijk al. Maar wat zou er overblijven van al die regelaartjes zonder moeilijke woorden? Daarom zal het nog wel even duren voordat ambtenaren uit zich zelf het Helder Haagse Woordenboek zullen gaan gebruiken.’


Geplaatst op: Donderdag 3 mei 2007 om 21:13 uur
414188
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld