|
Zelf nadenken voor het rode licht
Uitgesproken tijdens het milieucafe in het atrium van het Haagse stadhuis op 19 december 2006-12-19
Wij staan in gedachten even stil op zo maar een Haags kruispunt. Of nee. Eerst stormen we zo’n kruispunt tegemoet. Daarbij duwen we met z’n allen een leegte voor ons uit. Dat is omdat we bij het vorige kruispunt op rood hebben staan wachten. De detectielussen van het vólgende kruispunt denken bij zo’n kunstmatige leegte: o, kijk eens, een leegte. Een mooie gelegenheid om het licht voor het kruisende verkeer op groen te zetten. Waardoor òns verkeerslicht, als we met z’n allen aan komen stormen juist op dat moment op rood springt. En zo komt het dat in vrijwel heel Den Haag overal en altijd het licht net op rood springt, precies op het moment dat we aankomen. En nu staan we dus te wachten voor het zojuist op rood gesprongen licht. Wat gebeurt er? Gedurende acht seconden wordt het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. Dan begint er ergens ineens niet-conflicterend verkeer te rijden. Laten we dat voor het gemak even verkeer van de categorie A noemen. Dat zijn bijvoorbeeld de rechtsaffers en de rechtdoorders van het kruisend verkeer. Dat duurt, als het mee zit vijfentwintig seconden Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. Plots schrikken we op van het niet-conflicterend verkeer dat zich in de catrgorie B bevindt: de linksaffers van het kruisend verkeer en de rechtsaffers van zowel het tegemoetkomend als het meerijdend verkeer. Dat duurt, als het mee zit twintig seconden. Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingslak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. En dan ineens zien we twee voetgangers de weg oversteken in de richting die we zelf ook wel zouden willen, en, kijk, een voetganger in tegengestelde richting. Zeventien niet-conflicterende fietsers maken van de gelegenheid gebruik om door rood te rijden. Een en ander neemt 15 seconden in beslag. Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. Aaneensluitend gebeurt er de volgende negen seconden ook helemaal niets. ‘Waarom?’, vragen alle verkeersdeelnemers op dat kruispunt die nog niet in slaap zijn gesukkeld zich ongeduldig, handenwringend af. Omdat, dames en heren, er ergens in het verschiet een tram met drie passagiers in aantocht is die het hele systeem met alles erop en eraan op rood heeft gezet. De oversteek van de tram, waarbij niet conflicterend verkeer dat gemakkelijk mee had kunnen rijden toch voor rood moet blijven staan duurt 12 seconden. Na het passeren van de tram, wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. Het blijkt dat we toevallig, dat kan ons natuurlijk weer gebeuren, op zo’n kruising staan waarop, na het passeren van de tram, de verkeerslichtencyclus, in weerwil van de voorlichting daaromtrent, weer helemaal opnieuw begint. Dat is dus opnieuw 121 seconden. Voor de eindberekening zal ik deze laatste 121 seconden niet mee berekenen opdat dit niet zo vaak voorkomt. Inmiddels zien een paar gezagsgetrouwe tegenliggende linksaffe fietsers en meeliggende linksaffe fietsers,die nu al ruim vier minuten op rood staan te wachten hun kans schoon en rijden door hun eigen groen, Waarbij een of twee niet conflicterende automobilisten ergens vaag in onze ooghoek ook afslaande bewegingen maken. Dat neemt totaal 15 seconden in beslag. Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets. En zie! Ineens worden wij getroffen door de pijlen van Gods genade! Wij zien het licht! Het groene dan wel te verstaan. Na drie minuten wachten. Waarvan ongeveer één minuut op niets. Helemaal niets. En dan nu: Pakt allen uw pen! Sla uw rekenschrift open! Eén stoplichtencyclus duurt gemiddeld 2,4 minuut. De stoplichten staan gemiddeld twaalf uur per dag aan. Dat zijn dus 300 stoplichtencycli per kruispunt per dag. Er zijn in Den Haag 250 kruispunten die zijn voorzien van verkeerlichtinstallaties. Dat is dus 250 maal 300 is 75.000 cycli per dag. Gemiddeld staan er 35 verkeersdeelnemers per cyclus 1 minuut te wachten op niets. Op he-le-maal niets. Dat is 2,6 miljoen minuten. Oftewel 40.000 uur. Danwel 1800 dagen. En dat is precies 5 jaar. Met z’n allen staan we dus in Den Haag iedere dag 5 mensjaren te wachten op niets. Op he-le-maal niets. En dan vraag ik me af: zouden we die tijd niet beter kunnen gebruiken om gewoon onze eigen hersens aan het werk te zetten. In een voorzichtige poging onszelf en elkaar te beschaven. En heel voorzichtig, maar vooral heel vriendelijk, elkáár voor te laten gaan, samen beleefdheid te oefenen en zélf over te steken wanneer het in de praktijk kan? In plaats van alleen maar te reageren op die stomme, hersenloze electronica die ingenieurs vanaf de tekentafel hebben bedacht? Het zou ècht een heleboel tijd schelen. Om over het milieu nog maar te zwijgen.
Geplaatst op: Dinsdag 19 december 2006 om 12:50 uur
|
384198
bezoekers |