Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Zelfparkerende pantoffels

Laatst sprak ik de hoogbejaarde Cornelis van der Ouden-der Dagenzat. Cornelis is 96 en woont nog geheel op zichzelf.
Hij zat in z’n voortuintje toen ik langskwam dus ging ik op het bankje naast hem zitten.
‘Alles goed?’, vroeg ik.
‘Nee, gelukkig niet’, antwoordde hij zoals altijd als ik hem dat vraag. ‘Als alles goed was zou er niks meer te mopperen zijn en dat is niet goed’.
Cornelis wordt nu al ruim anderhalf jaar bijgestaan door een keur aan gadgets, uitvindinkjes en moderne gemaksapparaatjes. Waardoor z’n mantelzorgers gelukkig nog maar eens per week een half uurtje nodig zijn voor de resterende werkzaamheden die nog niet te automatiseren zijn.

Zo is daar Gekke Henkie, een schattig, jongensrobotje, voorzien van de stem van een van zijn kleinzoons. Met Gekke Henkie speelt Cornelis dagelijks een partijtje schaak.
En Malle Eppie. Dat is een hartverwarmend, klein damesrobotje dat hij thuis wel eens tegenover hem op een stoel zet als hij zich wat alleen voelt. Als Malle Eppie tegen hem praat, begint ze haar zinnen steeds met: ‘Lieve jongen...’.
Voor de demente ouderen is dat natuurlijk geen punt. Die merken het verschil toch niet. Cornelis is bepaald nog niet dement. Maar merkt het verschil toch steeds minder.

En zo is daar bijvoorbeeld Stiekeme Siem. De stofzuiger die in z’n eentje het hele huis van Cornelis schoonklopt en zuigt en daarmee klaar is voor je er erg in hebt. En Bolle Bella, z’n automatische strijkbout, die z’n overhemden niet alleen strijkt maar ook nog eens netjes opvouwt en in de linnenkast legt.
En niet te vergeten Gouwe Gerrit de pratende geranium. Als Gerrit droog staat zegt-ie met een piepstemmetje: ‘Ik wil water. Ik wil water’. Net zolang totdat Cornelis op een knopje drukt waardoor Simon de sproeier in werking treedt.

Op het bankje in de tuin moet Cornelis z’n enthousiasme over zijn laatste aanwinst nog even aan mij kwijt: zijn zelfparkerende pantoffels.
‘Kijk’, zeg hij en druk op een van de knopjes die hij in groten getale aan touwtjes om z’n hals, polsen en broekriem heeft hangen. Ik kijk en zie tot mijn grote verbazing dat z’n pantoffels vanzelf van z’n voeten floepen en kleine wieltjes krijgen.
‘Kijk’, zegt Cornelis weer en druk op een ander knopje. En daar rijden de pantoffels vanzelf het tuinpad af, de voordeur door en verdwijnen uit het zicht.
‘Ze rijden nu naar hun parkeerplaats onder mijn bed’, zegt Cornelis. ‘Nooit meer zoeken dus’.
Eigenlijk is Cornelis zelf nog machtig kwiek ter been. Hij had dus best zélf die pantoffels weg kunnen brengen als dat nodig was geweest. Maar zo gaat dat nu eenmaal tegenwoordig. Als het automatisch kan, willen we het niet meer zelf doen.
Zo vernam ik onlangs dat 57 procent van alle Nederlandse kinderen tussen 0 en 2 jaar nu al voornamelijk naar hun tablets kijken. Omdat dat makkelijker is dan om je heen kijken naar wat daar allemaal in het echt gebeurt.

Net zoals voor Cornelis ligt er voor die kinderen dus ook nog een hele toekomst in het verschiet waarin het leven nòg gemakkelijker gemaakt kan worden dan het al is.

Nog even en ze vinden iets uit waardoor we zelf niet meer hoeven te ademen. Dan zijn we tenminste overàl vanaf.
 
Geplaatst op: Donderdag 12 april 2018 om 08:39 uur
1457800
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld