Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Zeventig jaar geworden

Deze week werd ik zeventig. Geen reden tot vreugde. Daarom een bescheiden terugblik:

-Naast de gebruikelijke hoogte- en dieptepunten mag ik constateren, dat ik vijftig jaar lang vrijwel iedere ochtend een bordje Brinta heb genuttigd. Dat komt neer op ruim 2600 pakken tarwemeel. Dat is 1300 kilo! Stel je voor. Ruim 17 keer het gewicht van wethouder Marnix Norder! En dat alleen al verorberde ik ’s ochtends aan tarwevlokken!

-Dat zet me verder aan het denken.
Ik herinner me nog dat het girale betalingsverkeer voor een deel werd verricht met ponskaarten. Tot 1986. Toen werd de acceptgirokaart ingevoerd.
En nou komt het. Alle strookjes van alle acceptgirokaarten die ik vanaf 1986 ontving heb ik nog. Want je weet maar nooit. Zowel de korte strookjes die links van het formulier zaten als de lange strookjes die bovenaan het formulier zaten. 2139 korte strookjes om precies te zijn en 715 lange strookjes.
Je zou ze allemaal van het begin tot het eind netjes achter elkaar kunnen leggen op de wandelpier in Scheveningen.
Want die is 355 meter lang

-En dan nog zoiets.
Vanaf het moment dat ik zindelijk werd tot vandaag heb ik 56,9 kilometer wc-papier gebruikt. Dat is een afstand van Den Haag tot Zaanstad. Oftewel een oppervlakte van 5694 vierkante meter. Je zou, gesteld dat je dat al zou willen, een heel voetbalveld kunnen bedekken met het wc papier, dat ik in al die jaren heb gebruikt. De cijfers zijn gebaseerd op een gemiddelde stoelgang van twee maal per dag.
Voor de liefhebbers kan ik daaraan toevoegen, dat ik circa tien velletjes per keer gebruik. Ik noem het maar even. Want het zijn allemaal zaken waar je bij stil staat als je zeventig wordt.

-En juist op zo’n moment dringt het tot je door dat je gedurende je leven wel erg veel belasting hebt betaald. Neem nou de inkomstenbelasting. Een globale benadering leert mij, dat ik alleen al 3,5 euroton aan inkomsten niet eens in mijn handen heb gehad! Dat werd via voorheffingen al weggesluisd voordat ik eraan kon ruiken.
En van het geld, dat ik overhield mocht ik in al die jaren nog eens circa 105.000 euro aan BTW afstaan. Daarbij zinken die 17.000 euro accijns, die ik voor de 2430 flessen genever (die ik tot nog toe dronk) in het niet. En dan hebben we het nog niet eens over de wijn, de biertjes en de calvados.
Alles bij elkaar stortte ik tot mijn zeventigste toch zeker zo’n half miljoen euro in de trog waar politici en ambtenaren zo graag met hun tengels in zitten. Voor hun megalomane zelfbevestigingsprojecten zowel als voor hun eigen salaris.

-En zo komen we dan bij het punt waar ik het eigenlijk over wil hebben.
Want kijk. Eindelijk word ik zeventig. Mijn hele leven heb ik me voortreffelijk gedragen. Vijfenzestig jaar heb ik me opgesteld als een constructief burger. Ik verbruikte slechts 50 kilometer wc-papier. Ik schonk maar liefst een half miljoen euro aan de overheid.
En wat denk je? Kan er een dank je wel af? Komt de overheid, in de persoon van een sympatieke wethouder of een kloeke afdelingssecretaresse, even langs met een bloemetje. Of om alleen maar even de hand te schudden om te bedanken? Welnee. Niets van dat alles.
Zelfs geen verjaardagskaart.



Geplaatst op: Vrijdag 10 mei 2013 om 08:32 uur
1793477
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld