Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Zieltjes winnen op 21 maart

 Als ik niet oppas gaan ze er straks op 21 maart met mijn ziel vandoor. Nu al vliegen de heilsboodschappen, toekomstvoorspellingen en beloftes me om de oren.
Alle lokale profeten verkondigen zonder uitzondering dat ik op ze moet stemmen.
‘Wij brengen de gemeente weer in beweging!’
‘Wij zijn voor samenleven met vertrouwen!’
‘Wij zijn energiek en duurzaam!’
‘Stem!’
‘Stem lokaal!’
Wat een herrie toch altijd zo vlak voor de verkiezingen.

Maar ook de landelijke politici leuren langs huizen en deuren met het doel hun aanhang uit te breiden met zoveel mogelijk nieuwe sekteleden. Waarschijnlijk omdat ze al die plaatselijke sufferdjes voor geen cent vertrouwen.
Hoe dan ook komt het altijd weer neer op het verbeteren van de wereld.Terwijl het eigenlijk een dekmantel is voor grootheidswaan.
Met Mark Rutte voorop als Lou de Palingboer en Alexander Pechtold als Jim Jones. Op de voet gevolgd door Sybrand van Haersma Buma als Johnny Maasbach. En in hun kielzog de Jehova-getuigen Jesse Klaver, Thierry Baudet en Geert Wilders.
Allemaal met hun eigen, alleenzaligmakende doctrines.
Terwijl de wereld toch zo in elkaar zit dat (al naar gelang de aard van het probleem) de ene keer een liberale oplossing de beste is, een andere keer een sociale en dan weer een christelijke. Of een neutrale.
Maar dat is wijsheid die niet in een partijprogramma te wurmen is.

Zo. Hè, hè. Dat moest er even uit. Al was het alleen om mijn gang naar het stemhokje te verklaren. Dat voltrekt zich al jaren op eenzelfde wijze:
Ik kom binnen, begroet de mensen achter de tafel vriendelijk en overhandig de voorzitter mijn oproepkaart en mijn rijbewijs.
Hij bestudeert de papieren die ik hem overhandig meer dan zorgvuldig. Wellicht denkt hij een electorale beroepscrimineel voor zich te hebben. Of meent hij, dat ik daar voor m’n lol sta.
Dan schrijft hij wat op, geeft me mijn rijbewijs terug en reikt me een stemformulier aan alsof het de Stenen Tafelen zélf zijn.
Iedere keer weer hetzelfde liedje.
Ik vraag: ‘Mag ik deze stemformulieren nu als mijn eigendom beschouwen?’
De voorzitter kijkt me fronsend aan, overlegt fluisterend met zijn collega’s links en rechts. Dan vraagt hij: ‘Hoezo?’.
‘Nou’, zeg ik. ‘Als het mijn eigendom is zou ik het graag mee naar huis willen nemen. Daar heb ik een hele ordner vol van die stembiljetten. Ik spaar ze namelijk. Lege stembiljetten zijn mijn lust en mijn leven. Maar voor de zekerheid vraag ik het toch maar even. Want in België blijven stembiljetten eigendom van de staat. En misschien zijn stembiljetten hier in Nederland inmiddels ook staatseigendom geworden zonder dat ik er erg in had.
‘Nou. Niet dat ik weet’, zegt de voorzitter. ‘Volgens mij mag u dat biljet gewoon mee naar huis nemen. Maar…’, vervolgt hij kortaf en ietwat geirriteerd, ‘… als ik het zeggen mag is dat toch een beetje raar. Stembiljetten zijn niet bedoeld om te sparen. Stembiljetten zijn bedoeld om een stem uit te brengen. U hebt toch wel een mening over de gang van zaken in ons land?’.
‘Ja’, zeg ik. ‘Dat is het juist. En daarom neem ik nu mijn stembiljet mee naar huis. Goedendag’.

Thuisgekomen maak ik met de perforator twee gaatjes in mijn zojuist verworven trofee en berg het op in de ordner bovenop mijn andere overwinningen op indoctrinatie en dogmatiek. Het is al een hele stapel.

Eigenlijk zou ik voor mijn dapperheid gehuldigd moeten worden. Of dat ze ergens een standbeeld van me neerzetten.
Geplaatst op: Donderdag 15 maart 2018 om 08:18 uur
1457812
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld