Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Zoenen, een virus en stiltegebieden

 Mevrouw Pasgeld sommeerde me laatst om iets langer de tijd te nemen als ik haar kuste. En ook de knuffel waar ik haar af en toe mee van dienst dacht te zijn, kon volgens haar ook wel iets langer duren.
Ik keek er wel even van op. Want normaal zie ik er juist op toe dat dergelijke liefkozingen niet te lang duren. In de veronderstelling, dat het ook wel eens vervelend kan zijn als iemand je te lang zoent of knuffelt.
Maar nee. Het knuffelen diende minstens tien seconden te duren en het zoenen zes. Dat had ze in een of ander damestijdschrift gelezen. Want wat blijkt? De hersenen moeten de tijd hebben om al dat geliefkoos te registreren. Pas dan kan de dopamine z’n werk in de hersenen verrichten. Want zonder die dopamine kan je je je niet tevreden of beloond voelen als je door iemand gezoend of vertroeteld wordt.

Dus tellen mevrouw Pasgeld en ik tijdens een knuffel of een zoen tegenwoordig allebei zachtjes in onszelf: ‘Een, twee, drie…’enzovoort. Totdat de dopamine onze hersens heeft bereikt. En dan laten we elkaar weer los.

Dat loslaten is trouwens geen overbodige luxe. Want voor je het weet besmet je elkaar met het Coronavirus. Ik weet niet hoeveel seconden dat virus nodig heeft om door je longen of door je luchtwegen geregistreerd te worden. Maar wel, dat je zélf niet eens besmet hoeft te zijn om het virus te kunnen doorgeven.
Je hoeft de krant er maar op na te slaan. Afgelopen zaterdag had de NRC maar liefst 11,5 pagina’s helemaal volgeschreven en geïllustreerd met Virusnieuws. En dan tel ik daar niet eens die drie columns bij die daar ook over gingen.
Dus hierbij beloof ik, nooit meer iets te schrijven over dat virus.

Dan kan ik het nu tenminste hebben over dat drie kilometer lange strandreservaat Noordvoort, een stiltegebied bij Zandvoort in de buurt van het race-cirquit aldaar.
Op dat strandreservaat mag je niet fietsen, zo bleek vorige week toen een handhavingsambtenaar een mountainbiker daarop aansprak. Want die verstoorde daar de rust.
Maar op dat strand tusssen Noordwijk en Zandvoort mogen dit voorjaar wel auto’s rijden. Mits ze te maken hebben met de Formule 1-races op het circuit verderop. Bobo’s, deelnemers aan die races en hun mechaniciens dus.

‘Dat strand is niet bedoeld als verbindingsweg’, schreef het Noordwijkse college eerder aan de raad. Maar als rasechte politici laten zij zichzèlf de wet natuurlijk niet voorschrijven.
Dus:
‘Een uitzondering is op z’n plaats’, vinden ze. ‘Als daarmee verkeersonveilige situaties en verstoring van de openbare orde op het gewone wegennet kan worden voorkomen’.
Nou vraag ik je.
Al die coureurs en mechaniciens zouden dus op het gewone wegennet verkeersonveilige situaties en verstoringen van de openbare orde kunnen veroorzaken. En mogen daarom gebruik maken van het strand waar wandelaars, vogels en zeehonden de broodnodige rust proberen te vinden.
‘Die auto’s mogen niet langzamer rijden dan 30 kilometer per uur, schrijft het college. ‘Want anders lopen ze vast in het zand’.
En stel je voor…, als ze vastgelopen zijn zou het daar weer sril worden en dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Net nadat ik ‘…natuurlijk niet hebben’ aan mijn labtop had toevertrouwd hoorde ik mevrouw Pasgeld van haar werk thuiskomen. Na mijn welkomstzoen (die precies zes seconden duurde) vertelde ze me, dat ze onderweg op de autoradio had gehoord, dat een petitie tegen die dwaze uitzonderingsmaatregel inmiddels door ruim 46.000 mensen was ondertekend. Waardoor de Noordwijkse raad zich genoodzaakt had gevoeld de maatregel weer in te trekken.

46.000 Mensen! Zoveel zijn er kennelijk nodig om een paar van het padje afgeraakte politici weer op gewone, gebaande paden te doen belanden.
Geplaatst op: Donderdag 5 maart 2020 om 08:16 uur
1746194
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld