Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Zwarte Pieten aan de dialoogtafel

Binnenkort organiseert minister Asscher een ‘dialoogtafel’ om Zwarte Piet aan te passen.
Behalve lacherig wordt ik vooral treurig van zo’n bericht. Alleen al het woord ‘dialoogtafel’ zou me urenlang ongeschik maken voor welk zinnig overleg dan ook. Ik weet het verschil tussen ontbijttafels, operatietafels, salontafels, bijzettafels en tal van andere tafels. Maar kan iemand me alsjeblieft het verschil uitleggen tussen een vergadertafel en een dialoogtafel? Toch stond die dialoogtafel gisteren op de voorpagina van de NRC. Want daaromheen gaan straks mensen zitten ‘die van Zwarte Piet een figuur maken die voor iedereen acceptabel is’. En dat gaan ze doen in een hoorzitting van de VN-commissie ter bestrijding van racisme en discriminatie in Geneve. Medio augustus! Ruim vier maanden voor 5 december.

Lieve lezers. Laten we één ding voor eens en voor al duidelijk stellen:
Zwarte Piet bestaat niet.
Zwarte Piet kan je dus nooit liever, acceptabeler, bozer, vriendelijker, bedreigender, witter, of zwarter maken, dan hij nu is. Ook niet aan een dialoogtafel.

We leggen in gedachten ons oor toch even te luisteren aan die dialoogtafel.
‘Laten we van Zwarte Piet een Witte Piet maken’, zal het klinken. ‘Nee zeg’, klinkt het van de overkant. ‘Als we dat doen, krijgen we weer klachten dat er alleen maar Witte Pieten zijn en geen zwarte. Dat is toch discriminatie!’.
‘Nou, dan laten we Sinterklaas voortaan helpen door Witte, Rode, Paarse, Gele en Zwarte Pieten’, probeert iemand anders. Waarop weer een ander onmiddellijk boos reageert met: ‘En waarom geen Blauwe Pieten? Hebt u soms een hekel aan Blauwe Pieten?’.
En zo leefde men in dialoogtafelland nog lang en gelukkig.

Ik herinner me, dat mijn moeder me op mijn zesde vertelde, dat Sinterklaas niet bestond. Hij bleek al op 6 december 324 te zijn gestorven in het plaatsje Myra in Turkije. Ik was daar nogal boos over. Jarenlang had ze me dus beduveld met mooie praatjes over de Goedheiligman. Met God zal er dan ook wel zoiets aan de hand zijn, dacht ik toen. En nu nog steeds trouwens. Maar over Zwarte Piet toen geen woord. Want dat had ik zelf van meet af aan al in de gaten gehad: Zwarte Piet bestond niet. En of hij zijn kleur nou vanwege ras, vanwege schoensmeer, vanwege make-up of vanwege al dat gekruip door de schoorstenen had gekregen liet me volkomen onverschillig.
En geloof me, er was, en er is nu nog steeds geen kind, dat er jaarlijks door Zwarte Piet aan wordt herinnerd dat ie zelf van een slaaf af zou stammen.

Want dat proberen die mensen rond de dialoogtafel ons wijs te maken. Volwassen mensen in de kracht van hun leven! Dat er kinderen zouden zijn die er door Zwarte Piet aan worden herinnerd dat ze van slaven af zou stammen.
In gedachten schuiven we dan even aan bij die dialoogtafel van de VN. En dan roepen we heel hard: ‘Jongens, Zwarte Piet bestáát helemaal niet!’

En laten we tenslotte nog één ding afspreken. Wie in het vervolg eerder dan twee weken vóór 5 december de woorden Sinterklaas of Zwarte Piet in de mond neemt, zal door de speciale commissie van de VN ter bestrijding van flauwe kul en lariekoek worden veroordeeld tot hechtenis vanaf het moment dat hij die woorden heeft gebezigd tot drie dagen na vijf december.
Vanaf nu zal ik zelf ook proberen me aan die afspraak te houden.
Maar geloof me. Soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan.
Geplaatst op: Vrijdag 21 augustus 2015 om 08:38 uur
1793968
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld